Nieuws


Kritiek op RVC en of OCW en Oproep aan jazzmusici, jazzliefhebbers


Nijbroek, 28 april 2019
Bericht aan Ministerie OCW en Raad van Cultuur 
Betreft: Kritiek op RVC en of OCW en Oproep aan jazzmusici, jazzliefhebbers - enz.
Onderwerp: De aantasting van jazz- en improvisatiemuziek 
 
Hooggeachte Mevrouw van Engelshoven en medelezers.
 
De Raad van Cultuur is de waarborg instantie in ons land die los van politieke voorkeuren en ongeacht commerciële wensen met haar raadgevingen het ministerie van OCW adviseert opdat onze overheid culturele en artistieke kwaliteit zo hoog mogelijk in haar trotse vaandel zal blijven dragen.
 
Met onderstaand stuk doe ik in het belang van jazz- en improvisatiemuziek een beroep op de Raad van Cultuur (RVC) en onze overheid, zowel voor die muzieksoort maar ook voor de belangen van jonge afstuderende studenten. Daarnaast is het ook een oproep aan alle overige jazzmusici en jazzmuziekliefhebbers waarmee ik hen via hun reacties om steun vraag. Het is een lang verhaal. Korter? Nee, helaas het kon niet, omdat er zoveel daarmee samenhangende factoren belicht en onderbouwd moesten worden. Ik meen dat het belang van het onderwerp dat waard is. 
 
Jazz is een hoog cultuurgoed dat het in ons land moeilijk heeft. Het gaat mij er met onderstaand stuk o.a. om mijn onzekerheid of de leden van RVC muziekcommissie op de hoogte zijn van alle veranderde belangen van jazzbeoefenaars en hun luisteraars. Er mag immers geen twijfel over bestaan of de RVC met hun pleidooi tegenover ( vaak leken ) bij politici en beleidsmakers in staat is, en was, die kennis dermate doeltreffend over te brengen dat daarvoor niet alleen verbazing en nieuwsgierigheid maar met name doelmatige interesse wordt opgewekt. En vooral hoe en waarmee of er is gewaarschuwd voor de huidige onwaardige misstanden met betrekking tot jazz- en improvisatiemuziek. 
 
Is de overheid er bijvoorbeeld mee bekend:
-1- dat de teloorgang van jazz zich met name en als eerste Europees land in Nederland voordoet. 
-2- dat muziekimprovisatie op artistiek niveau wordt gekwalificeerd als de hoogste aller kunsten.
-3- dat alle jazzprogramma’s de laatste 10 jaar uit de ether zijn verdwenen inclusief de jazzzender.
-4- dat pas onlangs bleek dat improviserende musici geschapen zijn met een unieke herseninhoud. 
-5- dat in ons land gedurende de afgelopen 10 jaar het aantal jazzpodia daalde van 30 naar 10. 
-6- dat jazzimprovisatie de enige kunstvorm is en hoe die ter plekke eenmalig wordt gecreëerd. 
-7- dat van Nederlandse muziekliefhebbers jazzfans het hoogste opleidingsniveau hebben.
 
Mijn verhaal is een beroep op de overheid en oproep aan jullie allen want jazz is een bijzondere muzieksoort. Vooral als je regelmatig verneemt dat ook veel klassieke musici hun bewondering daarover uitspreken en met name laten weten hoe bijzonder jazzmusici niet alleen geniaal spelen maar ook briljant improviseren. Want het al of niet kunnen improviseren maakt daarbij voor veel jazzliefhebbers het cruciale verschil. 
 
-Eén van de hoogste instituten Daniel Barenboim maakte daarover onlangs zijn overtuiging bekend met zijn stelling dat muziekimprovisatie de hoogste vorm aller kunsten is. 
-In het vaktijdschrift ‘Brain and Cognition’ verscheen de opmerkelijke uitslag van het onderzoek tussen de artistieke kwaliteit van 12 jazzpianisten en 12 ‘evenwaardige’ klassieke pianisten, waarbij bleek dat de veelzijdigheid bij de jazzpianisten ver uittorende boven die van hun klassieke collega’s. 
-Het CMI ( Center for Medical Imaging ) ging daarna een stap verder door recentelijk met ‘brain’ onderzoek vast te stellen dat er tussen de hersenen van improviserende jazzmusici opzienbarende, tot nu toe volstrekt onbekende, verschillen bestaan ten opzichte van de hersenen van klassieke musici. Men was uiterst verrast toen bleek dat de rechterhelftdelen van de hersenen bij improviserende jazzmusici op diverse onderdelen aanzienlijk uitvoeriger zijn ontwikkeld. 
-Robert Harris neurowetenschapper aan de Groningse Universiteit concludeerde daaruit zelfs dat muziek van papier spelen in plaats van te improviseren eigenlijk onnatuurlijk is. Wat nog ontbreekt is of dezelfde verschillen gemeten kunnen worden tussen uitsluitend luisterende personen die wel en niet gevoelig zijn voor improvisatie. Wellicht dat bij mensen die zelf geen instrument bespelen maar wel genieten van het luisteren naar geïmproviseerde muziek diezelfde meerwaarden onder hun hersenpan zal worden aangetroffen. 
 
Adviezen aan OCW door de Raad van Cultuur voor de komende periode 2021-2024 
Afgelopen week las ik het omvangrijke rapport met adviezen voor de periode 2021-2024 dat de Raad van Cultuur sector muziek, deze maand aan het ministerie van OCW heeft verzonden. Over ‘jazz en geïmproviseerde muziek’ viel er weinig te lezen, behalve dat er één orkest voor pop- en jazzmuziek langdurig subsidie ontvangt van de overheid ( via de BIS ) en dat ook negen symfonie orkesten daarvoor in aanmerking komen. Hoewel de oorzaak voor de hand ligt, vond de RVC het typerend, dat praktisch alle jazzmusici in diverse ensembles spelen. De Raad maakt ook melding van het feit dat subsidies vooral ten goede komen aan klassieke muziek en in iets mindere mate aan jazz. ( Dat ‘iets’ vraagt naar mijn overtuiging om nadere aandacht omdat daarover andere gegevens bekend zijn. ) Wat ik voor de lezers van deze adviezen miste was de aandacht voor de stelselmatige ‘Oorzaak en Gevolg Situatie’ die hier heerst ten koste van jazz en al jaren een besmettelijke rol speelt. 
 
En als muziekimprovisatie inderdaad de hoogste vorm aller kunsten is en luisterende jazzliefhebbers van lieverlee niet meer in staat zouden zijn daarvan te genieten omdat in ons land de jazzmuziek in de ban wordt gedaan, dan betekent dat hen een belangrijke bron van levensplezier wordt onthouden. Het begin daarvan is al lang geleden ingezet. Want met de jazz en improvisatie muziek gaat het niet goed in ons land. Elders wel? Harde cijfers ontbreken, maar ik spreek regelmatig jazzmusici die internationaal optreden waarbij ik telkens verneem hoe het hen opvalt dat er in Nederland t.o.v. hun andere optredens in Europa veel minder jonge bezoekers tussen het publiek te vinden zijn. De vraag is dan, wat is, of wie zijn daarvan de oorzaak en daarop aanspreekbaar.
 

De aftakeling van jazz

De sluipende aftakeling van de jazz begon in Hilversum bij de omroepen. Anders dan in de ons omringende landen moeten we hier het treurige resultaat vaststellen dat de jazz-liefhebbende achterban al jaren tekort wordt gedaan met als gevolg dat die achterban sterk afneemt. In ons land bestaat er geen enkele zender meer met een ether frequentie die aan Jazz aandacht besteedt.
 
Bert Vuijsje schreef over dat verval in november 2016 al een uitvoerig artikel, mede aan de hand van een onderzoek door Jeroen de Valk onder de titel ‘Hoe de Jazz verdween uit Hilversum’. Daarin het droevige relaas hoe jazz programma’s bij alle omroepen één voor één werden geschrapt. Onder andere programma’s als Jazzspectrum, Swingtime, Tros Sesjun. In 2016 werd daarna ook nog de enige jazzzender Radio 6 uit de ether gehaald. Terwijl in bijna alle Europese landen jazz een serieuze plaats in de ether heeft, is het onwaardig dat we in Nederland al jaren deze culturele afbraak van jazzmuziek laten plaatsvinden. In tegenstelling daarmee zijn er op de radio steeds meer muziekzenders ontstaan die van luisteraars de volle aandacht hebben, ook met Nederlands repertoire maar die in ieder geval geen jazz draaien. Deze olievlek kon zich als gevolg van onattent handelen t.a.v. jazz onbelemmerd verder uitbreiden. Na verloop van tijd raakten in ons land daardoor ook jazzpodia in verval van 60 naar 30 naar 20 en nu nog 10. Hoe kan het bestaan dat beleidsmakers over de gevolgen daarvan nooit op het matje zijn geroepen. Daardoor is inmiddels voor jazz een volkomen uit de hand gelopen kommer en kwel situatie ontstaan. Klassieke muziek en Jazz hadden nog niet zo lang geleden van de Nederlandse bevolking ongeveer hetzelfde percentage van het totale aantal muziekliefhebbers. Draai morgen de kraan dicht van radio 4 en er gebeurt waarschijnlijk hetzelfde met klassieke muziek. Dat heeft niets te maken met leeftijd, maar als je een bevolking jarenlang via de radio en tv onthoudt van informatie of het luisteren naar muziek van een bepaalde smaaksector dan verdwijnt daarvoor geleidelijk de belangstelling. 
 
Zijn die radiozenders dan de veroorzakers van het verval van jazz. Jazeker maar niet de schuldenaren, want dat is de overheid. In dat geval zou kunnen blijken dat het de Raad van Cultuur niet is gelukt de grote belangen die hiermee samenhangen aan OCW zodanig duidelijk te maken dat er op het ministerieel niveau begrip kon ontstaan voor de noden die inmiddels bij veel jazzmusici heersen. Het stupide gevolg daarvan is dat die musici met het doen van concessies bij hun optreden steeds vaker toegeven om onder hun werkelijke artistieke niveau te spelen. Het is absurd dat OCW zo’n intens desastreuze ontwikkeling liet ontstaan. Onvergeeflijk is dat in plaats van ingrijpen door onze lankmoedige overheid, die paraat had moeten staan om erger te voorkomen, deze verschraling nog steeds voortduurt. Jazzmusici en jazzliefhebbers geloofden onlangs immers hun ogen niet. Was de Raad van Cultuur daaraan dan toch medeschuldige? 
 
Want de krantenkoppen logen er onlangs niet om:
‘’MEER GELD NAAR POPMUZIEK, GOED IDEE ?” en ‘’MEER GELD NAAR DANCE EN NEDERLANDSE LIED’’. Opnieuw ten koste van o.a. jazz? Waar hebben die beduusde jazzmusici het aan verdiend dat er door toedoen van een advies van de Raad van Cultuur in plaats van dit onheil te bestrijden, deze weg wordt ingeslagen. Het zou onwaardig zijn als zij nog meer het slachtoffer zouden worden van mensen in de RVC die blijkbaar geen notie hebben van het culturele belang dat jazz en improvisatie muziek voor een flink deel van de bevolking heeft. Het is dringend noodzakelijk dat er in de RVC een vertegenwoordiging wordt gekozen van jazzmuziek kenners en jazz liefhebbende personen die de hoge waarden van deze muzieksoort niet alleen onderkennen en begrijpen maar daar ook pal voor staan en in staat zijn om die waarden steekhoudend te verdedigen opdat aan de huidige disproportionele afbraak daarvan een halt wordt toegeroepen. Immers hoe valt het te rijmen dat er enerzijds jaarlijks grote aantallen jonge jazzmusici aan gesubsidieerde Nederlandse conservatoria afstuderen en je je anderzijds moet afvragen waar die studenten het aan te danken hebben dat ze vervolgens bijna geen werk vinden, tenzij ze noodgedwongen onder het niveau van hun opleiding en kwaliteiten gaan spelen. In dat geval moet je om te beginnen het moeilijke maar meest bijzondere en artistiek waardevolle element zijnde improvisatie los gaan laten. Maar jazz zonder improvisatie is geen jazz meer. Het is klinkklare en onbillijke achterstelling, zowel voor deze opkomende musici maar ook voor overige jongeren, omdat zij die daarvoor dat specifieke jazz-klankbord bezitten, al vele jaren verstoken blijven van mogelijkheden waarmee, mits via de ether daarmee regelmatig geconfronteerd, een wereld voor hen open zou kunnen gaan. Als daarin niet snel en adequaat wordt voorzien, moeten we er voor vrezen dat de naam ‘jazz’ in ons land straks volledig van het toneel verdwenen is. Maar niet alleen de naam maar ook het groteske feit dat het genre zelf wordt weggespoeld door voorrang aan toenemende oppervlakkigheid en afnemende interesse voor jazz. Dat alles mogelijk gesteund door de Raad van Cultuur en OCW die dit mede zouden veroorzaken of althans het niet tot stand heeft gebracht om deze voortwoekerende gevaren herhaaldelijk met grote klem aan de orde te stellen.
 

De eenmalige artistieke creatie 

Het is helaas alleen binnen de wereld van die jazzimprovisatie iedereen duidelijk dat als we met het nemen van maatregelen wachten tot na de adviezen van de periode 2021-2024, in ons land, daarmee in Europa waarschijnlijk voorop lopend, een einde komt aan de muzieksoort met die unieke en uitzonderlijkheid van de ‘Eenmalige Creatie’ waarover al zoveel is geschreven. Immers volledig tegenovergesteld met artiesten die jarenlang werken aan een boek, een gedicht of een schilderij en dat werkstuk pas na de zoveelste versie en correcties aan hun bewonderaars presenteren, gaat dat bij jazzartiesten anders iets anders in z’n werk. Daar gaat het om dat ene unieke moment. Ter plekke gebeurt er met improvisatie iets uitzonderlijks en vaak nog in het bijzijn van hun bewonderaars. Aan het einde van het concert is het kunstwerk tot stand gekomen waaraan niets meer te veranderen is. Te vrezen valt dat door onbegrip en miskenning daarvan, ook bij onze gezagsdragers deze grote zeldzaamheid, zijnde de uniciteit van jazz hier straks ten grave worden gedragen.
 

De start van en met Jazz Impuls

Met ogen dicht, denk ik terug aan de tijd dat ik al vanaf jonge snotneus met honderden andere tieners overmand door emoties, bijvoorbeeld in het Concertgebouw of in de Sheherezade, de improvisaties van mijn helden onderging. Godzijdank kon en mocht ik dat als jongen al meemaken. Het waren levensverrijkende ervaringen die een diepe indruk achter lieten. Voor eenieder die dergelijke momenten heeft ervaren werd dat een waardevolle en blijvende beleving voor de duur van hun verdere bestaan. Dat geldt niet alleen voor de daarna altijd blijvende liefhebbers maar vooral ook voor hen die er vervolgens voor kozen om er hun beroep van te maken. Dat zou met mij mogelijk ook zijn gebeurd. Maar dat liep anders want pas na mijn pensioen begon ik met mijn ambitie om jazz te promoten en te ondersteunen via de opgerichte Stichting Jazz Impuls. Door een fors auto ongeluk kwam ik in het begin van de eeuw na ziekenhuizen en maandenlange revalidatie in een kliniek terecht. Daar -liggend op bed- ontwikkelde zich toen het plan voor jazzmuziek. Met dat plan begon ik theaterdirecties te bellen en te benaderen. Bureau Intomart deed daarnaar een onderzoek. Want in de adviezen van de Raad van Cultuur aan OCW was toen merkwaardig genoeg het volgende te lezen: 
 
“Hoe goed het artistiek gezien met de jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland ook gaat, met de afname ervan gaat het slechter dan ooit. Het aantal podia en daarmee het aantal speelmogelijkheden is in de afgelopen tien jaar dramatisch gedaald. Vanwege de slechte afnamemogelijkheden acht de Raad een toename van het aantal podia in Nederland een prioriteit” 
 
Uit de resultaten van het onderzoek van mijn plan kwam naar voren dat de omzet in theaters voor jazzconcerten daarmee 28% zou stijgen. Met meer dan 1000 deels gesubsidieerde Jazz Impuls concerten is gedurende 8 jaar getracht met vele honderden musici, publiek met name in theaters, warm te krijgen voor jazz. De dubbelconcertseries, met voor de pauze een instrumentaal deel en daarna een vocaal programma was met vele duizenden bezoekers meteen een succes. De bezoekcijfers stegen ieder jaar. Dat nam af toen we na een aantal jaren probeerden wat ingewikkelder dan alleen mainstream te programmeren. De laatste jaren gedurende de recessieperiode 2010-2012 was ook de subsidie via het FPPM nu NFPK gestopt waarna door het wegstrepen van de intermediair functie het onmogelijk werd onze aan theaters toegezegde intensieve promotie voort te zetten. Na 2012 hield de serie dubbelconcerten op te bestaan. We waren ermee op de goede weg. De schrijvende pers werkte zeer loyaal mee maar de in die periode steeds verdergaande afbrokkeling van radio-play en het gemis van jazz programma’s in de ether speelde een negatieve rol. We konden daarna, maar wel flink gelimiteerd, doorgaan met subsidie van andere fondsen.
 

De mening van jazzmusici en docenten 

Nu weer zes jaar later lijkt dezelfde situatie opnieuw terug te keren. Berichten doen de ronde dat theaters de komende jaren geen of opnieuw nauwelijks jazz in hun programmering zullen opnemen. Het gevolg zal zijn dat jazzmusici zich steeds vaker in bochten gaan wringen en hun heil zoeken in het onder eigen niveau tegemoetkomen aan bewilliging van lagere wensen van het publiek. Daarop reageerde Jarmo Hoogendijk met zijn indrukwekkende 8 pagina’s tellende artikel via zijn oproep in Jazz Bulletin van december 2018 waarmee hij wanhopige jazzmusici aansprak op hun veerkracht. Zoals hij dat o.a. formuleerde: ‘’blijf uit respect voor jezelf je grenzen verkennen en speel datgene wat je wilt spelen, waar je van houdt , kom voor je smaak uit en vecht tegen die massa cultuur, blijf het grote avontuur zoeken en doe vooral waar je goed in bent’’. Dat is ook het ideaal dat we met z’n allen moeten koesteren, want hoezeer en hoe zwaar financiële aspecten een rol spelen, is het vruchteloos zoeken naar oplossingen met het doen van concessies aan jezelf en je kunstzinnige mogelijkheden uitzichtloos. Tegen je eigen wil en wensen een knieval maken bijvoorbeeld met het uitbannen van improvisatie is toegeven aan steeds verder gaande popularisering en leidt langzaam tot insluipende zelfverloochening. Ook Ben van den Dungen verzuchtte in Jazz Bulletin van maart 2019 over de onbegrijpelijke houding van de overheid: ‘’Het gebrek aan appreciatie van jazzmuziek en haar roots sijpelt nog steeds door in de Nederlandse cultuurpolitiek, jazz is muziek die niet meetelt en niet mee hoeft te tellen en behoeft geen ondersteuning of althans zo weinig mogelijk.” Dat ook daarmee velen het volledig eens zullen zijn is vanzelfsprekend. Robert Glasper weliswaar geen Nederlandse musicus maar dit jaar meervoudig Grammy winnaar en op het a.s. North Sea Jazzfestival bekroond als Artist in Residence en daar iedere dag een ander concert speelt laat weten:
 
‘’Tijdens mijn live shows is er altijd ruimte voor improvisatie. Sterker nog het is de reden dat ik scherp en enthousiast blijf en me niet ga vervelen. Alles draait om spontaniteit energie en flow. Alleen door improvisatie ontstaat pure magie. Die spontane genre-overstijgende wisselwerking is de basis voor alles wat ik maak.’’ 
 
De inmiddels in Nederland opgelopen achterstand is immens. De vraag is klemmend, daarom vat ik nog eens samen: het lijkt ongeloofwaardig dat de overheid onbekend is met de huidige situatie, met andere woorden dat de RVC de afgelopen jaren niet in staat is geweest deze teloorgang helder en duidelijk voor het voetlicht te brengen waardoor er op het ministerie daarover onwetendheid heerst. Onwetendheid over de geweldige kwaliteit van de beroepsbeoefenaars waardoor oplossingen uitblijven. In het belang van circa duizend hieraan overgeleverde improviserende jazzmusici en hun honderdduizenden luisteraars in ons land doe ik een beroep op al diegenen die het met dit grote gemis eens zijn en zich daarvoor op welke manier ook zouden kunnen en willen inzetten. Misschien is het niet relevant dat is gebleken dat van de Nederlandse muziekliefhebbers jazzfans gemiddeld het hoogste opleidingsniveau hebben ( Tim Boodle onderzoeksbureau presentatie door Arno Prins tijdens de jazzdag in 2010 ), maar omdat in kringen van leken soms met een soort dedain over jazzmuziek wordt geoordeeld, kon ik niet nalaten dit feit toch nog even te vermelden. 
 
Beste medestanders, musici, jazzmuziekliefhebbers,
 
Via dit bericht doe ik ook een beroep op jullie, om samen met mij de overheid hier op aan te spreken, rechtstreeks of middels de Raad van Cultuur. We kunnen als enthousiaste jazzliefhebbers gezamenlijk vast een flink gewicht maken. 
Mijn vraag aan jullie is, zou je mij zonder enige wederzijdse verdere verplichting voorlopig alleen een korte email willen sturen als jij ook meent dat er werk aan de winkel is en je achter een nieuwe aanpak staat. Daaronder zitten vast en zeker ook een aantal echte jazzliefhebbers die in de Quote 500 staan en best aangesproken willen worden door iemand die daar niet in voorkomt maar wel in het belang van de jazz in staat is -en was- om naast het verkrijgen van fondsen ook zijn eigen portemonnee daarvoor aan te spreken. Bijvoorbeeld om daarmee straks een nieuwe serie Jazz Impuls concerten op touw te zetten. Dat zou natuurlijk ook best onder een andere naam kunnen of onder de vlag van een belangrijke sponsor. In verband met mijn leeftijd kan ik qua organisatie daaraan niet meer deelnemen, maar wellicht in het begin wel coördinerend kunnen samenwerken om een eventuele start te bevorderen met andere geïnteresseerden.
 
Tenslotte:
Het zou geweldig zijn als jullie dit bericht ook aan anderen willen doorsturen waarvan je meent dat die daarin geïnteresseerd zijn. 
Veel dank voor jullie lange aandacht en eventuele reacties waarop uiteraard antwoord volgt. 
 
Met vriendelijke groet,
 
Bob Hagen
Stichting Jazz Impuls, Middendijk 61, 7397 ND Nijbroek
mailto:[email protected]http://www.jazzimpuls.nl/


NIeuw seizoen


Sinds acht seizoenen zette Jazz Impuls zich ervoor in dat jazzmusici gehoord werden in een circuit dat voor hen moeilijk benaderbaar is. Bijvoorbeeld in windstreken die niet per se jazz minded zijn, waardoor het missionariswerk dat deze musici in de theaters verrichten juist van groot belang is. Publiek bereiken dat nieuwsgierig is, publiek bereiken dat niet bij uitstek kenner is, maar zich toch laat verleiden door een boeiende avond van een jazzformatie: dat is de doelstelling van Jazz Impuls. Meer publiek vinden voor een muziekvorm die altijd enerverend is en meebeweegt met de tijd. Vaak door unieke geesten uitgevoerd; creatieve, innovatieve musici die met veel inzet en doorzettingsvermogen hun kunst willen tonen. Daar wil Jazz Impuls zich nog steeds voor inzetten.